En savoir plus?
Qu'est-ce que la SEP?
MS komt duidelijk meer voor in de gematigde klimaatzones dan in de tropen. Bevolkingsstudies hebben aangetoond dat er zones met een laag, een gemiddeld en een hoog risico voor MS kunnen onderscheiden worden. Het voorkomen van MS neemt toe naarmate de afstand tot de evenaar toeneemt. De noordzuidgradiënt en de zuidnoordgradiënt kunnen in verschillende landen aangetroffen worden. In de Verenigde Staten b.v. komt MS meer voor in de noordelijke dan in de zuidelijke staten.
Deze verschillen in het voorkomen van MS worden vaak gebruikt om de rol van omgevingsfactoren in het ontstaan van MS te illustreren. Klimaatfactoren, bepaalde infecties, voedingsgewoonten of de economische ontwikkelingsgraad zouden deze gradiënt kunnen verklaren. Een blootstelling aan deze omgevingsfactoren tijdens de kinderleeftijd of vroege puberteit lijkt een effect te hebben op het risico. Als een persoon op jonge leeftijd verhuist van een hoogrisicozone naar een laagrisicozone, neemt hij het risico aan van de plaats waar hij gaat wonen. Hij vermindert dus de kans op MS en neemt het risico aan van het nieuwe gastland. Als deze persoon na de puberteit verhuist van een hoogrisicozone naar een tropische laagrisicozone, zal hij een hoger risico blijven vertonen om MS te ontwikkelen dan de bevolking in de tropische gebieden. Hij heeft zijn groter risico dus behouden. Blijkbaar wordt de kans op MS dus veel eerder bepaald dan het ogenblik van de eerste symptomen van MS (een piek rond de 30 jaar).
Maar niet alleen de woonplaats verklaart het wisselend voorkomen van MS. Er blijkt ook een verschillende erfelijke gevoeligheid te zijn in de verschillende bevolkingsgroepen. Bij blanken van Noord-Europese oorsprong is het risico het hoogst, bij Aziaten is het bijzonder laag en bij de zwarte bevolking is het risico vrij laag. Een bevestiging van de rol van erfelijke factoren vindt men ook in het feit dat bepaalde bevolkingsgroepen geen MS vertonen, hoewel zij in een hoogrisicogebied wonen (eskimo's, maori’s). Blijkbaar beschikken zij over een zekere, erfelijk bepaalde bescherming.
Een vrij recente studie in Vlaanderen wijst op een voorkomen van 89 MS patiënten op 100.000 inwoners. Dit betekent dat er in Vlaanderen ongeveer 6.000 personen met MS zijn. Sommige delen van Groot-Brittannië hebben de hoogste concentratie van MS over de hele wereld, waarbij ongeveer 1 op 100 personen aangetast is. Dat immigranten van Noord-Europese oorsprong vaak andere gematigde klimaatzones hebben opgezocht, zoals bvb. de Verenigde Staten en Canada, verklaart ook gedeeltelijk de aanwezigheid van risicozones volgens hun afstand tot de evenaar. Samengevat kunnen wij stellen dat zowel omgevingsfactoren als erfelijke factoren het wisselend voorkomen van MS op de aardbol verklaren.
Is MS erfelijk?
Reeds lang is geweten dat MS meer voorkomt bij verwanten van personen met MS dan bij de doorsnee bevolking. Bij 15-17% van de personen met MS vindt men een verwante met MS. Het risico is het hoogst wanneer men een eeneiige tweelingbroer of -zus heeft met MS. In verschillende studies heeft men aangetoond dat het risico voor het ander lid van de eeneiige tweeling 25 tot 30 % is. Het risico voor een broer/ zus/ twee-eiige tweelingbroer of -zus bedraagt 2 tot 3 %. MS is geen eenvoudige erfelijke aandoening. Dit betekent dat MS niet het gevolg is van één defect stukje DNA, een gen, dat de ziekte veroorzaakt. Meerdere genen spelen een rol. De betrokkenheid van bepaalde genen kan verschillen van de ene persoon tot de andere. Zij kunnen de gevoeligheid voor de ziekte doen toenemen.
Wellicht spelen zij ook een rol in het bepalen van de ernst van de ziekte. Het wetenschappelijk onderzoek naar deze genetische factoren verloopt eerder moeizaam. De grootste aandacht gaat momenteel naar genen die bepaalde aspecten van de immuunfunctie controleren. De genetische controle over het immuunstelsel (vervat in het erfelijk materiaal) is echter zeer complex. Toch lijken er genen te zijn die ons immuunsysteem kwetsbaar make, zodat de myeline in het centraal zenuwstelsel er het slachtoffer van kan worden. Daarvoor is er ook een belangrijk samenspel met hormonale en andere factoren uit de omgeving.