Nationaal Multiple Sclerose Centrum v.z.w. - Behandelcentrum voor personen met MS

  • Home
  • MS de ziekte
  • Het centrum
  • Pratische info
  • Zorgaspecten
    • Wat is MS?
    • Vermoeidheid-pijn
    • Soepelheid-beweging
    • Cognitieve problemen
    • Blaasproblemen
    • Darmproblemen
    • Doorligwonden
    • Lichaamsoefening
    • Stress-verwerking
    • Voeding
    • Slikproblemen
    • Communicatie
    • Ademhaling
    • Seksuele problemen
    • Alternatieve g.
    • Werk
    • Autorijden
    • Woning
    • Ontspanning
    • Hulpverlening
    • Adressen
    • Woordenlijst
    • Medicatie
  • Nieuws
  • Contact info
  • Links

Zorgaspecten

Blaasproblemen

Problemen bij het plassen komen vaak voor bij personen met MS. Deze zijn erg vervelend en geven heel wat ongemakken. Daarom worden plasproblemen vaak ontkend of geminimaliseerd. Doch, met de juiste houding en een aangepaste behandeling kunnen deze problemen goed aangepakt worden.

Het urinewegstelsel: hoe werkt dat eigenlijk?

Ons lichaam heeft 2 nieren, de ene bevindt zich links en de andere rechts van de wervelkolom, ongeveer ter hoogte van het middel. De nieren maken de urine aan. Elke nier is door middel van een urineleider verbonden met de blaas. De urine stroomt vanuit de nieren door de urineleiders naar de blaas, waar de urine wordt opgeslagen. De blaas ligt onderaan in het midden van de buik. Vanuit de blaas loopt de urine via de urinebuis naar buiten. De urinebuis wordt door de sluitspier afgesloten zodat de urine niet onmiddellijk naar buiten kan stromen, maar alleen bij het plassen wanneer de sluitspier zich opent.

De blaas is hol en heeft een rekbare wand, vergelijkbaar met een ballon. Deze wand bestaat uit spierweefsel, dit noemt men de blaasspier. Deze organen worden ondersteund door de bekkenbodemspieren. De blaas stroomt langzaam vol met urine uit de nieren. Wanneer de blaas vol is, moet je plassen. Je zal dan je uitwendige sluitspier bewust ontspannen en nadien knijpt de blaasspier automatisch samen. Hierdoor loopt de urine via de urinebuis naar buiten. Normaal urineren houdt een goede samenwerking in tussen de blaasspier en de sluitspier. Eerst ontspant de sluitspier en pas nadien trekt de blaasspier samen.

Wat gaat er fout met de blaas bij MS of Wat doet MS aan je blaas?

Tengevolge van een MS-plaque is er een verstoring in de bezenuwing van de blaasspier en de sluitspier, terwijl de blaas en de sluitspier zelf niet aangetast zijn. Hierdoor ontstaan problemen zoals ongewild urineverlies of niet kunnen plassen. Het is belangrijk om weten dat blaasklachten sterk kunnen verschillen tijdens het verloop van MS. Daarom raden wij aan om bij blaasklachten altijd de huisarts of neuroloog te raadplegen. Zij kunnen bepalen of een verwijzing naar een uroloog nodig is. Je huisarts kan door middel van een urineonderzoek een blaasontsteking vaststellen en zo nodig behandelen. Een urineonderzoek is de referentie standaard in de diagnose! Soms lijken de klachten als gevolg van MS, op de klachten van een blaasontsteking. Als je daarbij dan een blaasontsteking krijgt, bestaat de kans dat de klachten van MS over het hoofd worden gezien.

top

Ga dus naar je huisarts als je klachten hebt zoals:

  • een branderig gevoel bij het plassen
  • steeds kleine beetjes moeten plassen
  • veelvuldig moeten plassen
  • altijd drang om te plassen
  • urineverlies
  • pijn in lage rugstreek of buikstreek
  • slecht ruikende urine
  • koorts of rillingen

I. Ik kan mijn urine niet meer ophouden (=reservoirstoornis)

De blaasspier is over-actief en knijpt al samen als de blaas nog niet volledig gevuld is. Het gevolg hiervan is dat je vaak en dringend moet gaan plassen. Het kan ook zijn dat de sluitspier zich niet voldoende samentrekt, waardoor de urine niet in de blaas wordt opgeslagen, maar onmiddellijk naar buiten loopt. Het gevolg hiervan is dat je steeds kleine beetjes urine verliest. Dit noemt men: urine-incontinentie.

Wat zijn hier de symptomen?

  • Erge, soms pijnlijke drang om te plassen (=urgency). Bij het plassen komt er maar weinig urine, soms maar enkele druppels. Kort nadien heeft men opnieuw de drang om te plassen.
  • Soms is de drang om te plassen zo sterk dat men de urine niet kan ophouden tot men op de WC is. Dit noemen we 'urge-incontinentie'.
  • Pijn bij het plassen.
  • Het kan zijn dat men 's nachts meerdere keren uit bed moet om te plassen, of zelfs dat men in bed plast

top

Wat kan je zelf hieraan doen?

  • Ga altijd naar je huisarts; je loopt steeds gevaar voor een infectie.
  • Hou enkele dagen een plaskalender bij; noteer wanneer en hoeveel je plast. Noteer ook hoeveel je drinkt en wat de klachten zijn. Dit kan helpen om de oorzaak te vinden.
  • Drink voldoende overdag (1,5 à 2 liter) en weinig's avonds; dan moet je 's nachts niet opstaan om te plassen. Ga regelmatig plassen, om de 2 à 3 uur. Ga vooral niet minder drinken, want hierdoor verhoogt de kans op een blaasontsteking.
  • Weinig drinken is bij wijze van uitzondering handig als je ergens naartoe gaat waar je niet kan plassen (bvb theater, sporten, ...) Onthoud dat geconcentreerde urine meer prikkelt en irriteert!!!
  • Alcohol, cola, koffie, thee en light-dranken met aspartaam irriteren de blaaswand waardoor je nog meer moet plassen.
  • Water is de beste drank!!!
  • Draag kleding die je snel kan losmaken, bijvoorbeeld sluitingen met velcro of een rits in plaats van knopen

Welke onderzoeken kunnen je huisarts of uroloog doen om dit op te sporen

  • urineonderzoek: een urinecultuur is de referentie standaard in de diagnose! De urine wordt getest op de aanwezigheid van witte bloedcellen die aanduiden of er een infectie is of niet. Daarnaast kan er een cultuur gebeuren om bacteriën op te sporen en te identificeren. Hiervoor is een steriel urinestaal nodig.

    Techniek: reinig de opening van de plasbuis van voor naar achter met een proper doekje, plas de eerste druppels in de WC, vervolgens plas je in het steriele recipiënt zonder de binnenkant van het potje aan te raken. Hou het staal koel totdat je het afgeeft aan de dokter.
  • Radiografie van de blaas en de nieren: dit onderzoek gebeurt op de dienst radiologie en hiervoor moet je een volle blaas hebben.
  • uroflowmetrie met echografie: op een soort WC moet je gaan plassen. Hier wordt de kracht waarmee en de tijd waarop je plast gemeten. Nadien zal men met een echografie nagaan hoeveel urine er na het plassen in je blaas is gebleven (= resturine).
  • urodynamisch onderzoek: voor deze test moet je gaan liggen op een onderzoekstafel met je benen in fixeerbeugels. Er wordt tijdens het onderzoek een sonde ingebracht via je plasbuis tot in de blaas en ook een sonde in je endeldarm. De blaas wordt dan gevuld met water. Tijdens het onderzoek gebeurt er een drukmeting in de blaas zelf, van de sluitspier en in de buik.
  • intraveneuze pyelografie: bij deze test wordt er via een injectie in een ader een contraststof toegediend. Zo worden de nieren, de urineleiders, de blaas en ook de plasbuis zichtbaar gemaakt. Hier is een voorbereiding nodig: je darm moet leeg zijn en je moet nuchter blijven voor dit onderzoek.
  • cystoscopie: bij dit onderzoek wordt er een dunne, flexibele buis via de plasbuis in de blaas gebracht. De scoop heeft een licht en een vergrootglas. Zo kan de uroloog rechtstreeks in de blaas kijken op zoek naar ontstekingen, kleine aangroeiingen of andere afwijkingen. Ook voor dit onderzoek moet je op een onderzoekstafel gaan liggen met je benen in fixeerbeugels.

top

Hoe kan dit behandeld worden?

  • Training van de bekkenbodemspieren: het doel hiervan is de bekkenbodemspieren opnieuw op een bewuste manier te leren gebruiken, dit wil zeggen spannen en ontspannen, om zo de drang om te plassen te leren controleren.
  • Er zijn geneesmiddelen die de blaasspier minder actief maken, dit zijn anticholinergica, bijv.: Ditropan, Detrusitol, Urispas, Vesicare of Tofranil. Soms moet je een aantal van deze geneesmiddelen uitproberen om uit te zoeken welke het beste is voor jou. De voornaamste bijwerkingen van deze medicatie zijn een droge mond, obstipatie en soms wazig zicht. Wanneer het nachtelijk plassen niet vermindert met deze medicatie kan je arts overwegen om Minrin te proberen. Dit is een spray die je neemt via de neus en die je gebruikt voor het slapengaan.
  • Daarnaast bestaan er verschillende hulpmiddelen voor incontinetie; zoals aangepast ondergoed, onderleggers, inlegluiers en gewone luiers. Je apotheker of mediotheker kan je de gepaste informatie bezorgen.
  • Bij mannen kan een condoomcatheter gebruikt worden. Dit is een hulsje zoals een condoom dat om de penis wordt aangebracht. De urine loopt af via een buisje tot in een urinezakje aangebracht aan het been.
  • Een goede huidhygiëne is belangrijk! Was jezelf niet te vaak met gewone zepen, daar deze de huid uitdrogen. Zorg ervoor dat de huid goed droog is. Gebruik neutrale huidbeschermende crème (bijvoorbeeld babycrème) of een weinig talkpoeder (dit zeker op een droge huid!).
  • Het is belangrijk dat de blaas regelmatig volledig geledigd wordt. Soms blijft er na het plassen toch urine in de blaas achter; men spreekt dan van retentie. In dit geval kan het nodig zijn om over te gaan tot intermittente sondages; dit wil zeggen dat er een klein buisje in de blaas moet ingebracht worden, waardoor de urine uit de blaas kan lopen.
  • Nieuwe evoluties in de behandeling van de overactieve blaas: De gebruikelijke behandeling van de overactieve blaas met anticholinergica is niet altijd efficiënt en soms zijn de bijwerkingen te belangrijk of is de behandeling onvoldoende werkzaam. Langzamerhand dringen nieuwe behandelingen door. Recent werd een anticholinergisch middel met minder bijwerkingen op de markt gebracht (tolderodine). Oude anticholinergica zoals oxybutinin kunnen ook rechtstreeks in de blaas worden aangebracht, bv. ter gelegenheid van een intermittente sondage. Deze toedieningswijze leidt tot minder neveneffecten.
  • Meer experimentele behandelingen worden in bepaalde centra toegepast. Resiniferatoxine of capsaïcine zijn producten die rechtstreeks in de blaas worden aangebracht door middel van een sonde. Zij verlammen voor twee tot drie maanden de bezenuwing van de blaas, zodat de blaas rustig wordt en veel minder onwillekeurig samentrekt. Botuline toxine (botox) wordt door middel van een kijkingreep in de blaas met een naald rechtstreeks in de blaasspier gespoten. Dit middel verlamt de blaasspier voor geruime tijd (6 maanden tot 1 jaar). Blaasoveractiviteit wordt hiermee goed behandeld. Vaak zal dan echter intermittente sondage nodig zijn om de blaas goed te kunnen ledigen. Bij sacrale zenuwstimulatie wordt een soort pacemaker geplaatst naast de zenuw die de blaas, sluitspier en bekkenbodem bestuurt. Bij sommige personen met MS kan dit tot een duidelijke vermindering van de blaasproblemen leiden. De aanwezigheid van een pacemaker (= metalen voorwerp) kan theoretisch problemen stellen indien er een NMR scan moet uitgevoerd worden.

top

II. Ik kan moeilijk plassen (=ledigingsstoornis)

In dit geval is de sluitspier die de plasbuis afsluit, te actief. De urine kan dus niet goed naar buiten aflopen, of met andere woorden: ‘je kan moeilijk plassen’. Hierdoor kan ook urine achterblijven in de blaas, = ‘resturine’. Het kan ook zijn dat de blaasspier niet sterk genoeg is om de urine naar buiten te persen. Ook in dit geval is uitplassen moeilijk en kan er urine in de blaas achterblijven. In het geval van resturine is de kans groter dat er bacteriën in de blaas groeien, waardoor er een blaasontsteking kan ontstaan. Als de blaas bovendien overvol is (heel veel resturine), kan het zijn dat de urine teruggeperst wordt in de urineleiders, richting nieren. Dit kan een nierontsteking veroorzaken, waardoor de nieren kunnen beschadigd worden. Al deze infecties moeten vermeden worden!

Wat zijn hier de symptomen?

  • Moeilijk kunnen beginnen te plassen en bij het plassen loopt de urine in een slappe straal of in druppels naar buiten. Soms breekt de straal plotseling af.
  • Sommige mensen voelen dat hun blaas na het plassen nog niet helemaal leeg is. Een overvolle blaas kan zelfs pijnlijk zijn. Doch tengevolge van MS kan het zijn dat je deze pijn niet voelt.
  • GEVAAR: bij lachen, persen, hoesten of verandering van houding kan het zijn dat je urine verliest. Dit komt omdat de blaas vol is, want uitplassen was moeilijk. Het lachen maakt de druk in de buik hoger, waardoor er toch urine naar buiten wordt geperst. Dit noemt men 'overloopincontinentie'. Wanneer de blaas steeds een paar druppels overloopt, lijkt dit op de symptomen die genoemd worden bij 'Ik kan mijn urine niet meer ophouden' (urge-incontinentie), maar het is iets totaal anders.

Wat kan je zelf hieraan doen?

  • Ga altijd naar je huisarts; je loopt steeds gevaar voor een infectie.
  • Hou enkele dagen een plaskalender bij; noteer wanneer en hoeveel je plast. Noteer ook hoeveel je drinkt en wat de klachten zijn. Dit kan helpen om de oorzaak te vinden.
  • Drink voldoende overdag (1,5 à 2 liter) en weinig 's avonds; dan moet je 's nachts niet opstaan om te plassen. Ga regelmatig plassen, om de 2 à 3 uur. Ga vooral niet minder drinken, want hierdoor verhoogt de kans op een blaasontsteking.
  • Weinig drinken is bij wijze van uitzondering handig als je ergens naartoe gaat waar je niet kan plassen (bvb theater, sporten, ...) Onthoud dat geconcentreerde urine meer prikkelt en irriteert!!!
  • Alcohol, cola, koffie, thee en light-dranken met aspartaam irriteren de blaaswand waardoor je nog meer moet plassen.
  • Water is de beste drank!!!
  • Draag kleding die je snel kan losmaken, bijvoorbeeld sluitingen met velcro of een rits in plaats van knopen.

Welke onderzoeken kunnen je huisarts of uroloog doen om dit op te sporen?

Om deze problemen op te sporen kunnen dezelfde onderzoeken gebeuren als bij reservoirstoornissen.

top

Hoe kan dit behandeld worden?

  • Met medicatie kan geprobeerd worden om de sluitspier minder actief te maken. Je arts zal je Lioresal of Hytrin, Minipres of Omic voorschrijven. Deze medicijnen zorgen voor een relaxatie of ontspanning van de sluitspier zodat de urine opnieuw vlotter kan aflopen.
  • Indien er na het plassen teveel resturine in de blaas blijft, zal het nodig zijn om op regematige tijdstippen te sonderen.

    Wat is sonderen?
    Dit is het inbrengen van een hol buisje (= catheter) via de urinebuis tot in de blaas. Om de blaas te ledigen kan men om de 4 à 6 uur dit buisje inbrengen. Hierdoor kan de urine wegstromen. Je kan dit ook zelf aanleren. Tussen de sondages kan een anticholinergicum voorgeschreven worden. Dit maakt de blaasspier minder actief, waardoor je in de tijd tussen de sondages geen urine verliest. Dit intermittent sonderen heeft een belangrijk effect gehad op de behandeling van ledigingsstoornissen. Het verwijderen van de resturine, de oorzaak van urinaire infecties en stenen, draagt bij tot een verbetering van de algemene gezondheid.
  • Wanneer intermittente sondages niet of niet meer mogelijk zijn, kan een blijvende sonde worden ingebracht of kan er een chirurgische oplossing overwogen worden. Indien aanhoudende problemen een verblijfscatheter noodzakelijk maken, dan heeft een supra-pubische catheter de voorkeur (dit is een buisje net boven het schaambeen ingebracht). Welke methode ook gebruikt wordt, het belangrijkste is dat er geen resturine in de blaas achterblijft.
  • Als er toch urine achterblijft, is het hulpvol om zure urine te bevorderen, omdat bacteriën zich niet goed voelen in een zure omgeving. Volgende maatregelen kunnen helpen:
  • neem 1 g vitamine C, 4 maal per dag
  • verminder de inname van citrusvruchten omdat ze basische urine produceren, ondanks de aanwezigheid van ascorbinezuur
  • drink veenbessensap (voorkomt blaasontsteking met E-coli)

III. Een combinatie van urine niet kunnen ophouden en toch moeilijk plassen

Hier worden zowel reservoir- als ledigingsproblemen behandeld met een combinatie van maatregelen. Het nemen van anti-cholinergica ontspant de hyperactieve blaas en intermittente catheterisatie verwijdert de gevaarlijke resturine. Met andere woorden de therapie zal ook hier bestaan uit een combinatie van behandelingen van reservoir- en ledigingsstoornissen.

TIPS:

Blaasproblemen zijn hinderlijk en vaak schamen mensen zich hiervoor. Wacht niet te lang om je huisarts, neuroloog of uroloog te raadplegen; want aan dit probleem is echt wel wat te doen! Sommige medicijnen kunnen incontinentie verergeren; bijvoorbeeld diuretica (= vochtafdrijvers). In overleg met je huisarts kan je deze medicijnen best ’s morgens innemen, zodat je ’s nachts niet steeds uit bed moet. Tranquillizers (= kalmeermiddel) kunnen tot gevolg hebben dat je te laat op het toilet aankomt.

Blaasproblemen zijn onaangenaam en kunnen gênant zijn. Ze kunnen een ernstige rem betekenen om van het leven te genieten en als de juiste behandeling niet wordt uitgevoerd, kunnen blaasproblemen een ernstige bedreiging vormen voor je gezondheid. Het goede nieuws is dat blaasproblemen kunnen aangepakt worden en ernstige complicaties kunnen vermeden worden. Om dit te kunnen, moeten je urinaire functies onderzocht worden. Symptomen alleen zijn nooit voldoende om een diagnose van het onderliggende probleem te maken en de behandeling te starten. Blijf alert tegenover je urinaire functie, volg het gepaste programma voor je probleem en wees een actief lid van je MS zorgteam.

Je kàn controle krijgen over je urinaire gezondheid! Het is belangrijk te weten dat blaasklachten sterk kunnen variëren tijdens het verloop van Multiple Sclerose. Indien je veranderingen merkt in het plaspatroon is het raadzaam de huisarts te raadplegen. Hij kan je dan eventueel verder verwijzen om de ingestelde behandeling aan te passen

top

 

W3C valid XHTML 1.0 W3C valid CSS © 2010 Nationaal Multiple Sclerose Centrum v.z.w. - Disclaimer - made by Duoh! n.v.