Zorgaspecten
Darmproblemen
Er zijn maar weinig mensen met MS die vóór hun diagnose veel redenen hadden om over hun darmfunctie na te denken. Alhoewel sommige personen met MS (PmMS) zonder problemen blijven, ervaren de meesten na verloop van tijd een constipatieprobleem en een klein aantal PmMS hebben stoelgangincontinentie.
Spijsvertering
Inzicht verwerven in het spijsverteringsmechanisme is een eerste stap om tot een juiste omschrijving van constipatie te kunnen komen. Binnen het spijsverteringsstelsel gaat onze aandacht uit naar de dikke darm (colon), die vertrekt vanuit de overgang van de dunne darm/appendix en een U-vormig verloop kent met een opstijgend (1), een dwars (2) en een dalend (3) deel naar de aars toe.

Eén van de functies van de dikke darm is water te onttrekken aan de stoelgang, maar eveneens electrolyten op te nemen in de bloedstroom.
Definitie constipatie
De aanvaardbare norm voor een normaal stoelgangspatroon is stoelgang maken tot maximum 3x per dag en minimum alle 3 dagen. Een dagelijkse ontlasting is geen noodzaak. Een normaal stoelgangspatroon bestaat niet. Ieder individu kent zijn eigen ritme. Het stoelgangspatroon kan soms door omstandigheden iets ontregeld worden. Constipatie kan uiteindelijk gedefinieerd worden als een vermindering van de frequentie van uitscheiding en/of uitscheiding van hardere, droge stoelgang. Er gebeurt dus een onregelmatige en/of onvolledige darmbeweging, waarbij het lichaam overdreven veel water onttrekt aan de stoelgang, zodat deze hard wordt en moeilijk te evacueren. Men dient onderscheid te maken tussen een transitprobleem (verminderde darm-beweging) en een evacuatieprobleem (stoelgang zit klaar voor uitscheiding). Een combinatie van beide problemen is eveneens mogelijk.
Oorzaken van constipatie
- Een neurologische aandoening, zoals o.m. MS, kan aanleiding geven tot constipatie wanneer het deel van het zenuwstelsel dat de darmfunctie controleert, is aangetast.
- Minder lichaamsbeweging en verzwakte buikspieren in het bijzonder, bemoeilijken het persen en elimineren van de stoelgang.
- Minder drinken (al dan niet omwille van urinaire problemen of slikproblemen) geeft aanleiding tot indikken van de stoelgang.
- Vetrijke en vezelarme voeding kan constipatie bevorderen.
- Uitstelgedrag (geen onmiddellijk WC-gebruik bij stoelgangaandrang) ligt aan de basis van een onregelmatig stoelgangpatroon.
- Sommige medicatie (o.m. antidepressiva, anticholinergica, antiacida, pijnstillers met codeïne, spierrelaxantia, orale ijzerpreparaten en calciumpreparaten) kunnen als neveneffect constipatie bevorderen.
- Andere mogelijke oorzaken: leeftijd (veroudering), stress, menopauze en andere medisch oorzaken.
Behandeling van constipatie
1. Levensstijl aanpassen waar mogelijk:
- Beweging opdrijven en regelmatig rechtstaan.
- Voeding aanpassen: vetarm en vezelrijk (uitgezonderd i.g.v. slikprobleem) en zeker voldoende (water) drinken (tot 2 l/dag).
- Maaltijden gebruiken op regelmatige tijdstippen en géén maaltijden overslaan.
- Geen uitstelgedrag; WC-bezoek op regelmatige tijdstippen.
- 1 glas water of lauwe drank op een nuchtere maag kan wonderen doen.
2. Gebruik van laxantia.
Laxantia kennen een indeling naargelang hun farmacologische werking. Zo onderscheiden we:
- Zwelmiddelen: (Colofiber, Benefiber, Fybogel, Spagulax bruis e.d.). Het zijn vezelproducten (o.v.v. korrels of poeders die in contact met water een gel vormen) die water absorberen ter hoogte van de dikke darm. Het is noodzakelijk bij inname van deze producten voldoende te drinken (tot 2 l/dag), zoniet veroorzaken vezelsupplementen het omgekeerde: constipatie.
- Osmotische laxativa (Importal, Duphalac, Movicol, Forlax, Transipeg, e.d.). Het zijn poeders die dienen opgelost te worden in een glas water. Zij verhogen het eindvolume van de stoelgang en stimuleren daardoor ook de dikke darmbeweging. De drie laatste producten zijn de meest veilige in gebruik, daar zij de stoelgang vermalsen zonder water te onttrekken aan de lichaamscellen.
- Contactlaxativa (Dulcolax, Laxoberon, ...) Zij stimuleren de darmbeweging op een meer agressieve wijze door hun directe chemische werking ter hoogte van het darmslijmvlies. Het zijn producten die best niet dagelijks worden ingenomen.
- Laxativa voor rectaal gebruik (glycerine suppo, Microlax, Norgalax, Laxavit, Fleet of fosfaatlavement, glycerinelavement). Dit zijn minilavementjes of grotere lavementen die verschillen in hoeveelheid en chemische samenstelling. Ze lokken relaxatie van de anus uit. Ze zijn individueel uit te proberen, al naargelang de ernst van de constipatie.
- Associaties (Colopeg, Prepacol, ...) Dit zijn producten die vaak ter voorbereiding van een operatie of onderzoek worden gebruikt en niet in aanmerking komen voor het op punt stellen van een stoelgangpatroon.
Faecale incontinentie of stoelgangincontinentie
Regelmatig verlies van de darmcontrole is een zeer reëel en extreem ontredderende manifestatie van MS. Eén oorzaak kan losse stoelgang zijn, omdat de anale sphincter niet gemakkelijk losse of vloeibare stoelgang kan ophouden. Een tweede oorzaak is verlies aan gevoel in het rectum, waardoor het rectum zich vult over zijn gewone capaciteit, vooraleer je werkelijk voelt dat je stoelgang moet maken. Een onverwacht, onwillekeurige ontspanning van de anale sphincter kan voorkomen, met stoelgangverlies als resultaat.
Wanneer niet-MS gebonden oorzaken, zoals griep of darmontsteking, zijn uitgesloten door je dokter, kunnen volgende maatregelen worden opgelegd:
- Maak samen met het behandelingsteam (arts, verpleegkundige, ...) een regelmatig darmprogramma op en houd je er zeer precies aan.
- Volg al de vorige aanbevelingen om controle over constipatie te krijgen.
- Wees alert op signalen die de nood tot stoelgang aangeven, voornamelijk 20 tot 30 minuten na een maaltijd.
- Pas op voor koffie en andere hete vloeistoffen want die kunnen een plotse drang tot stoelgang stimuleren.
- Weet dat anticholinergische medicatie een hyperactieve darm kunnen relaxeren (zie blaasopslagproblemen).
- Draag beschermende onderkledij, indien nodig.
- Overweeg nieuwe technieken te gebruiken, zoals biofeedback en bekkenbodem-spieroefeningen.