Zorgaspecten
Soepelheid en beweging
Ons lichaam bestaat uit een verzameling beenderen die met elkaar verbonden zijn door middel van gewrichten. Beenderen en gewrichten laten ons toe bewegingen uit te voeren. Bovendien dragen zij ook ons lichaamsgewicht. Elk gewricht is omgeven door spieren, pezen, ligamenten en een gewrichtskapsel. Samen zorgen zij voor stevigheid van het gewricht.
De mate waarin een gewricht zich kan bewegen wordt bepaald door de lengte van de ligamenten en de soepelheid van de pezen, spieren en het gewrichtskapsel. Hoe soepeler ze zijn, hoe meer beweging er in het gewricht kan gebeuren, hoe stijver of hoe meer gespannen ze zijn hoe minder beweging er kan plaatsvinden in het gewricht. In normale omstandigheden volstaan onze dagelijkse gewone bewegingen om onze gewrichten soepel te houden. Bij multiple sclerose kan zowel spierzwakte als spierstijfheid er toe leiden dat we bepaalde bewegingen niet meer volledig kunnen uitvoeren.
Mogelijke gevolgen van je minder goed te kunnen bewegen.
Wanneer je last hebt van stijfheid in één van je gewrichten, heupen, knieën of schouders, dan merk je meteen dat bepaalde bewegingen moeilijker uit te voeren zijn. Dit kan ertoe leiden dat je dagelijkse activiteiten verminderen. Stijfheid van de romp en de benen kan problemen geven bij het zitten en het staan, zeker als die stijfheid meer uitgesproken is aan één kant van het lichaam. Je rug kan zich dan meer en meer naar één kant gaan buigen of de stijfheid kan je evenwicht beïnvloeden.
Wanneer je je armen, benen en romp minder goed kunnen bewegen kan dit ertoe leiden dat er op bepaalde plaatsen van je lichaam teveel druk ontstaat. Ter hoogte van deze drukpunten kan de huid stuk gaan en kan er zo een doorligwonde ontstaan. Vaak ter hoogte van de stuit en de hielen. Als je een manuele rolstoel gebruikt, één die je voortbeweegt met je handen, kan je stijfheid voelen aan de spieren rond de schouder en dit kan leiden tot een voorovergebogen houding van het bovenlichaam. Dit kan na verloop van tijd pijn veroorzaken. Om je lichaamshouding te verbeteren en pijn te voorkomen is het belangrijk dat je regelmatig deze spieren goed rekt of stretcht.
Bewegingsoefeningen zijn de belangrijkste elementen in een oefenprogramma voor personen met MS. Elk gewricht, elke spier zoveel mogelijk laten bewegen is de boodschap. Elke beweging, ook al wordt ze maar één keer per dag uitgevoerd, zal het ontstaan van contracturen of verkortingen van de spier voorkomen. Regelmatig bewegen vermindert de stijfheid of spasticiteit van je spieren. Samen met je kinesitherapeut kan een, speciaal op jouw maat gemaakt, oefenprogramma samengesteld worden. Hij kan je raad en advies geven bij de uitvoering van de oefeningen.
Hij kan eventueel ook aan mensen die je omringen ( familie , vrienden) uitleggen hoe ze je daarbij kunnen helpen. Dit kan belangrijk zijn als je bepaalde oefeningen of bewegingen niet zelfstandig kan uitvoeren .Het is in ieder geval belangrijk je oefeningen dagelijks te doen. Doe je oefeningen traag en houd elke positie ongeveer 10 seconden aan. Alleen zo krijgen je spieren en andere structuren rond je gewrichten werkelijk de kans om uit te rekken. Maak zeker geen verende bewegingen, daar dit kan leiden tot een verhoging van de spierstijfheid. Herhaal elke oefening 10 keer.
Tips bij zelfstretching
Denk eraan !
- Nooit krachtig rekken, rek tot je een lichte spanning voelt.
- Nooit verend rekken, te ver rekken kan spierletsels veroorzaken, spierstijfheid verhogen en zelfs je gewricht uit elkaar trekken.
- Doe je oefeningen als je niet te moe bent en neem er voldoende tijd voor.
- Oefen in een frisse omgeving , warmte kan een negatieve invloed hebben.
- Probeer zo ontspannen mogelijk te oefenen. Gebruik daarbij je buikademhaling en blijf doorademen tijdens de stretching.
Welke oefeningen ?
Het volgende oefenprogramma om je mobiliteit te behouden , werkt volgens het SHB – principe, hetwelke de juiste beginpositie van het lichaam voor jezelf en voor je helper aangeeft. Vervolgens beschrijft het de eigenlijk uit te voeren beweging, vooral om deze veilig en correct te doen. We werken volgens een 10 - 10 - 1 schema, d.w.z. 10 tellen aanhouden, elke oefening 10 keer herhalen en alle oefeningen dagelijks doen.
SHB principe :
S: Je startpositie, de uitgangshouding van waaruit je begint met een oefening.
H: Beschrijft de plaats , de positie en de hulp van de persoon die je assisteert bij het uitvoeren van de oefeningen.
B: De eigenlijke beweging , de oefening.
Handmobilisatie
S: Laat je handpalm neerhangen met de duim en vingers ontspannen. (zie figuur 7)

H: Helper neemt met beide handen de hand vast zoals op figuur 7, waarbij hij de handbeentjes afzonderlijk vastpakt.
B: De helper duwt nu met één hand zachtjes het handbeentje naar beneden, terwijl de andere hand het andere handbeentje zachtjes opwaarts drukt. Hij doet dit over de hele hand.
Vingers spreiden
S: Strek je pols en ontspan je vingers en je duim. (zie figuur 8)

H: Hou de vingers gestrekt.
B: Spreid je vingers open.
Vingers strekken
S: Ontspan je pols en je vingers. (zie figuur 9)

H: Steun de onderarm en hou de pols gebogen met één hand, terwijl de andere hand de vingers langzaam strekt.
B: Hou je pols goed gebogen en strek dan je vingers, niet je pols!
Duimbeweging
Hou je handpalm open. (zie figuur 10)

H: Begeleidt de beweging van de duim
B: Beweeg je duim naar de onderkant van je pink en terug.
Duimbewegingen: 2
Hou je handpalm open. (zie figuur 11)

H: Stabiliseer de handpalm met één hand, terwijl de andere hand
de duim begeleidt in de beweging
B: Beweeg je duim zover mogelijk weg van je handpalm
Rompbuigingen
S: Lig op je rug met je knieën gebogen en hou je benen samen. (zie figuur 12)

H: Zit op de knieën en plaats de handen op de knieën.
B: Buig je knieën naar je borst toe en rek zo je rugspieren.
Rompdraaiingen
S: Lig op je rug met je knieën gebogen en benen bij elkaar. (zie figuur 13)

H: Zit op de knieën en plaats de handen op de knieën.
B: Draai je knieën en heupen naar buiten, zo dicht mogelijk tegen de grond
en hou je schouders plat op de ondergrond!
Enkelbewegingen
S: Lig op je rug met je knieën gestrekt. (zie figuur 14)

H: Pak de hiel vast in de handpalm zodat je met je voorarm tegen de voorvoet kan drukken.
B: Hou je knie gestrekt en buig de voet naar boven met je voorarm.
Beenbewegingen
S: Ruglig met je benen recht. (Zie figuur 15)

H: Plaats de handen op het bovenbeen.
B: Draai het gestrekte been binnen- en buitenwaarts. Niet overdrijven!
Heupbewegingen
S: Ruglig; buig één been naar je borst en laat het andere gestrekt liggen. (zie figuur 16)

H: Plaats één hand op de gebogen knie en de andere juist boven de gestrekte knie.
B: Duw de gebogen knie zachtjes verder naar de borst en hou het andere been gestrekt.
Heupstrekking
S: Zijlig ; niet naar voor of naar achter leunen. Buig het bovenste been een beetje en strek het onderste. ( zie figuur 17)

H: Ga op je knieën zitten en neem met je arm het lichtjes gebogen been en plaats je andere hand boven op het bekken.
B: Trek of buig je been langzaam rugwaarts, naar achter, hou met je andere hand het bekken recht.
Heupabductie met gebogen knieën
S: Ruglig met je knieën gebogen. (zie figuur 18)

H: Kniezit aan de voeten , neem met de handen de knieën vast.
B: Open je knieën zover mogelijk, voorzichtig bijduwen.
Schouderstrekking
S: Zit op jestoel of lig in zijlig. (zie figuur 19)

H: Pak de schouder met één hand om te stabiliseren, terwijl de andere hand de bovenarm vastneemt iets boven de elleboog.
B: Breng je arm naar achter alsof je iets uit je achterzak wil nemen.
Schouderdraaiing
S: Ruglig met je arm zijwaarts en de elleboog 90° gebogen; (zie figuur20)

H: Neem de elleboog vast met één hand, terwijl de andere hand de pols en hand ondersteunt.
B: Draai je arm opwaarts naar je hoofdkussen toe en vervolgens naar beneden
naar je heup. Hou je schouder en elleboog wel altijd in 90°.
Schouderabductie
S: Ruglig met je arm naast je lichaam en de handpalm naar boven gedraaid. (zie figuur 21)

H: Ondersteun met één hand de pols, terwijl de andere de elleboog vastneemt.
B: Breng je arm gestrekt zijwaarts en dan naar boven.
Schouder voorwaarts buigen
S: Ruglig met je arm gestrekt naast je en je handpalm naar boven. (zie figuur 22)

H: Ondersteun met één hand de pols terwijl de andere de elleboog vastneemt.
B: Breng je arm gestrekt tot naast je hoofd, hou de arm goed gestrekt tijdens de beweging.
Been Gestrekt Heffen
S: Ruglig met je benen gestrekt en lichtjes gespreid (zie figuur 23)

H: Kniezit één been gestrekt op je schouder en vastnemen aan de knie, de andere hand op het gestrekte been op de grond.
B: Langzaam het gestrekte been op de schouder opwaarts heffen en met de andere hand het andere been tegenhouden. Zeer voorzichtig !!!
Draaien van de voorarm
S: Ruglig met de arm tegen je lichaam en de elleboog 90° gebogen. (zie figuur 24)

H: Ondersteun pols en hand en stabiliseer juist boven de elleboog.
B: Draai je handpalm naar je toe en weg van je, hou de elleboog 90° gebogen
en de onderarm recht.
Elleboog buigen en strekken
S: Ruglig met je arm gestrekt tegen je lichaam, handpalm naar boven. (zie figuur 25)

H: Ondersteun de pols en hand met je ene hand en stabiliseer de bovenarm met je andere hand.
B: Buig je arm naar je schouder en strek daarna terug de elleboog volledig.
Voorwaarts bewegen van het schouderblad
S: Zijlig en laat je arm rusten op je heup of achter je rug (zie figuur 26)

H: Plaats één hand voor op de schouder en de andere hand aan de binnenkant van het schouderblad.
B: Doe een achterwaartse beweging of druk op de schouder en breng de andere hand onder het schouderblad en til het zachtjes weg van de rug.
Rondraaien van het schouderblad
S: Zijlig en laat je arm rusten op je heup of achter je rug. (zie figuur 27)

H: Plaats één hand voor op de schouder en de andere hand omvat het schouderblad aan de onderste hoek.
B: Beweeg beide handen samen in eenzelfde circulaire beweging en rol het schouderblad langzaam in een grote cirkel.
Vingers buigen
S: Strek je pols en hou je vingers ontspannen. (zie figuur 28)

H: Geef met je hand steun aan de pols.
B: Buig je vingers langzaam naar je handpalm toe, zonder je pols te buigen.
Zijwaartse polsbewegingen
S: Hou je pols in het verlengde van je arm zonder echt te strekken. (zie figuur 29)

H: Ondersteun met één hand de hand en stabiliseer de voorarm met de andere hand.
B: Beweeg je hand van de ene kant naar de andere, zonder te buigen of te strekken.
Pols buigen en strekken
S: Ontspan je pols en vingers (zie figuur 30)
H: Ondersteun de voorarm met je ene hand en neem met de andere hand de hand vast, zodanig dat de vingers nog vrij zijn om te bewegen.

B: Buig je pols naar beneden en laat toe om de vingers te strekken. Buig je pols naar achter en zorg dat de hand van de helper niet in de weg zit voor je vingers.
HULPMIDDELEN :
MS kan krachtsverlies, spierstijfheid en coördinatieproblemen (ongecontroleerde bewegingen) veroorzaken. Naast oefeningen kunnen ook verschillende hulpmiddelen aangeraden worden om het verlies van bepaalde functies en mogelijkheden te verhelpen. Hulpmiddelen bieden een grotere veiligheid ( bijv. om niet te struikelen) en meer fysieke mogelijkheden (bijv. 500m. stappen met een kruk i.p.v. 50m. zonder kruk). Een revalidatiearts, kinesitherapeut of ergotherapeut kan je adviseren welk hulpmiddel het best geschikt is in jouw persoonlijke situatie. Iemand die hierin gespecialiseerd is kan je zeker en vast aanbevelingen doen waar je baat zult bij hebben. We sommen een aantal hulpmiddelen op die regelmatig worden aanbevolen voor personen met MS.
Voetopheffers, beenspalken, kniesteunen
Als je, ten gevolge van spasticiteit of stijfheid, je knie en heup niet ver genoeg kan buigen bij het stappen, kan het gebeuren dat je voet regelmatig blijft haperen en loop je bijgevolg het risico om te struikelen. Een trap opgaan of bergop stappen wordt dan moeilijk. Dezelfde problemen doen zich ook voor bij krachtsverlies in de spieren die ervoor zorgen dat je je voet kan opheffen. Een voetopheffer kan hier een oplossing bieden. De meeste voetopheffers kunnen in de schoen worden gedragen. Het valt bijna niet op dat je er één draagt. Voetheffers zijn er in verschillende soorten en sterkten. Stappen met een voetheffer zal je een veiliger gevoel geven en het stappen zal minder van je krachten vergen dan wanneer je er geen draagt. Stappen met een voetheffer verhoogt je veiligheidsgevoel en is minder vermoeiend dan het stappen zonder.
Hulpmiddelen voor het behoud van je mobiliteit
Als je last hebt van coördinatiestoornissen (onwillekeurige bewegingen) of als het stappen in het algemeen moeilijker verloopt en erg veel inspanning van je vraagt kan het gebruik van het juiste hulpmiddel ervoor zorgen dat je je mobiliteit langer kan behouden en dat je bewegingen soepeler en een stuk veiliger verlopen. Met het behouden van mobiliteit bedoelen we niet enkel het stappen op zich, maar ook het zich verplaatsen in het algemeen , dus o.a. ook het gebruik van een rolstoel of een electrische scooter.
Hulpmiddelen voor het stappen zorgen voor een betere stabiliteit en veiligheid tijdens het gaan. Informeer bij een gespecialiseerd hulpverlener welk hulpmiddel voor jou het best geschikt is. De kinesitherapeut en/of ergotherapeut kan je een correct gebruik van het hulpmiddel aanleren. Bijv. Gebruik makend van je hulpmiddel leren op en af gaan van een trap, gaan zitten en terug recht staan, in en uit een wagen stappen enz… Laat ook je fysische toestand en het gebruik van je hulpmiddel regelmatig herevalueren. Je toestand kan immers veranderen ten gevolge van je MS.
Krukken (of wandelstok) (zie figuur 31).

Als je een licht stabiliteitsprobleem hebt kan een eenvoudige kruk reeds volstaan om je verder te helpen. We gebruiken de kruk meestal aan de gezonde zijde. Er zijn krukken met één steunpunt, maar er zijn er ook met drie en zelfs met vier. Hoe meer steunpunten aan de kruk, hoe meer stabiliteit ze geeft. Het aantal steunpunten is afhankelijk van de stabiliteit die moet gegeven worden. Met betrekking tot de hoogte van de kruk kunnen wij stellen da,t wanneer je rechtop staat, er een lichte buiging van ongeveer 20° is in je elleboog.
Looprekken ( rollators )
Looprekken zijn lichte, aluminium structuren die twee steunpunten hebben aan elke kant. Er bestaan looprekken met enkel vaste steunpunten, maar er zijn er ook met wielen aan. Deze met vaste steunpunten moet je telkens opheffen om verder te gaan, deze met wieltjes hebben manuele remmen, die je moet indrukken en loslaten . Bij het merendeel van deze looprekken is er ook een plankje aanwezig waarop je kan gaan zitten, indien nodig. Soms kan er een mandje worden bevestigd aan het looprek zodat er eventuele kleine boodschappen mee kunnen gedaan worden.
Voor sommige personen met MS is het gebruik van een hulpmiddel moeilijk te aanvaarden , zeker wanneer men er zich in het openbaar mee moet vertonen. Bedenk echter dat het niet-gebruiken van een aangepast hulpmiddel tot gevolg kan hebben dat je nog minder gaat bewegen. In de meeste ernstige gevallen kan dit tot isolement leiden. Tracht ook de positieve kanten van het gebruik van een hulpmiddel te bekijken. Je kan misschien weer vrienden bezoeken, zelf boodschappen doen enz… Kortom, je behoudt een actief en sociaal leven.
Rolstoelen
Het is mogelijk dat , door de evolutie van je MS, het stappen, ondanks de inspanningen die ervoor geleverd zijn, toch te moeilijk wordt. De aanschaf en het gebruik van een rolstoel is dan onvermijdelijk. Bijna iedereen is bang van het vooruitzicht om ooit een rolstoel te moeten gebruiken. Zij die toch een rolstoel nodig hebben ondervinden dat, zelfs het af en toe gebruiken van de rolstoel een zeker gevoel van vrijheid teruggeeft.
Wanneer je een rolstoel gebruikt heb je terug meer energie om andere zaken te doen. Voordien ging al je energie immers naar het stappen. Aanvankelijk gebruiken mensen de rolstoel enkel om langere afstanden te overbruggen, omdat het stappen te vermoeiend is geworden. Niet alle rolstoelen zijn hetzelfde en al naargelang het gebruik bestaan er duidelijk verschillen. Een manuele rolstoel ( die de persoon met MS zelf duwt aan de wielen) is goed voor iemand die nog voldoende kracht in armen en handen heeft. Is er echter krachtsverlies in de bovenste ledematen of heeft men problemen met de coördinatie van de armen of vraagt het gewoon teveel energie om de rolstoel manueel verder te duwen, dan kan een elektrische rolstoel of scooter een goede optie zijn. Sommige mensen gebruiken enkel een scooter voor buitenactiviteiten. Raadpleeg ook hier steeds een specialist terzake, die naast je lichamelijke toestand ook rekening houdt met je levenswijze. De vraag waarvoor je de rolstoel allemaal wil gebruiken is heel belangrijk om uit het enorme aanbod de juiste keuze te maken.
Je houdt best ook rekening met het feit dat er bepaalde terugbetalingsvoorwaarden bestaan. Koop zeker geen tweedehandsrolstoel of scooter zonder een specialist terzake te hebben geraadpleegd. Laat je rolstoel of scooter niet door anderen gebruiken, want ze kunnen stuk gaan. Je veiligheid en comfort zijn de belangrijkste elementen in de keuze van je rolstoel. Een rolstoel met afneembare armsteunen is praktischer om bijvoorbeeld aan een tafel of bureau te zitten en het is gemakkelijker om in en uit de rolstoel te komen. De voetsteunen moeten beweegbaar zijn, zodat je makkelijker in en uit de rolstoel kan en omdat je er beter mee kunt manoeuvreren. Het zitoppervlak mag geen pijn of letsels aan het zitvlak veroorzaken. Je moet m.a.w. voor een langere tijd comfortabel en correct kunnen zitten.
Als je in een rolstoel zit, let vooral op volgende zaken:
- Tussen de steun van het bovenbeen en de knieholte moet voldoende ruimte zijn, ongeveer de breedte van een hand.
- Tussen het bekken en de zijkanten van de rolstoel moet de ruimte twee vingers breed zijn.
- Kijk of de rugsteun comfortabel is .De hoogte moet tot het midden van je schouderbladen komen.
- Kijk of je armen comfortabel op de armsteunen kunnen rusten.
- Zijn je bovenbenen parallel met de grond ?
Het volgen van een aangepaste rolstoeltraining biedt heel wat voordelen. Zo kan je bijvoorbeeld leren hoe je het makkelijkst verplaatst vanuit de rolstoel naar het bed, naar een andere stoel, in bad of onder de douche of hoe je het gemakkelijkst in en uit de wagen komt. Je leert welke steunoppervlakken of ondergronden het meest aangewezen zijn, hoe je gebruik kan maken van een plank om makkelijker in en uit de rolstoel te komen, hoe en welke spieren je moet versterken om beter een verplaatsing te kunnen doen, welke de kortste en eenvoudigste manier is om een verplaatsing te doen, enz…
Indien je voldoende beweeglijkheid in gewrichten en spieren kan behouden kan je in de meeste gevallen de verplaatsingen in en uit de rolstoel zelfstandig uitvoeren. Het uitvoeren van je dagdagelijkse activiteiten kan op die manier tot een maximum behouden worden.
Al de hulpmiddelen en adviezen hebben uiteindelijk als doel: enerzijds het behoud van je onafhankelijkheid, en dit op een veilige manier, anderzijds het behoud van je levenskwaliteit.